dinsdag 4 februari 2014

Winkelstraat, Wijkeconomie, Wijk

In 2003 startte ik samen met mijn partners Labyrinth vanuit de Niasstraat in Lombok. De locatie was super, maar het verzamelpand was veel te duur.  En het stond nota bene op de plek waar ik als student nog gewerkt had als ijzerkrulveger van het befaamde STORK-JAFFA. Destijds was dit een van de weinig overgebleven Industriële Iconen in de stad. Helaas was er van de indrukwekkende shed-daken niets meer terug te zien in het nieuwe moderne pand.

Ik wilde naar een andere historische plek in de net zo levendige wijk Ondiep: De LUMAX, de oude drukkerij aan de Ondiep Zuidzijde. Ik ben grotendeels opgegroeid in Lombok en de Cartesiusweg, vlakbij de Amsterdamsestraatweg. Een bijzondere straat: aan de ene kant een enorme levendigheid en handige, interessante winkels, aan de andere kant ook altijd veel problemen, onveiligheid, rommel, etc.  Toen wij in 2004 LUMAX betrokken, werd het pand geopend door toenmalig wethouder Verhulst. Wij zijn tot 2011 in LUMAX gebleven en hebben daarom ook meer dan 7 jaar ervaring als buurman van de straatweg. Omdat ik zelf sociaal geograaf, gespecialiseerd in wijkeconomie ben en de omgeving al heel lang ken, heeft de straat altijd mijn extra belangstelling gehad. Wat maakt de straat zo bijzonder?
  • De diversiteit van winkels;
  • De lange historie;
  • Snelle mutatiegraad van een aantal winkels;
  • De grote lengte van de straat (een van de langste in NL);
  • De vele mislukte pogingen om de straat een beter imago en branding te geven;
  • De vele beleids-/gemeentelijke aandacht die ernaar uitgaat;
  • Waar het me in deze blog om gaat, is:
  • de reflex van de overheid om een winkelstraat te verbeteren en hoe dit zich verhoudt tot de wijkeconomie van het gebied, de ondernemers en de wijk; 
  • Lessons learned: ook reflecteer ik in het kort wat ik leer van mijn waarnemingen in combinatie met de vele andere winkelstraten die ik heb gezien, onder andere tijdens de bezoeken vanuit mijn rol als lid van de visitatiecommissie wijkaanpak van het ministerie van BZK;
  • In de volgende blog zal ik dan toelichten hoe we deze ervaringen toepassen in de praktijk van de wijkeconomie van Deventer.
De pavlovreactie van de overheid

Chargerend gezegd was de wijkaanpak het summum van hulpverlening, er waren tientallen nieuwe soorten professionals in de wijk actief om bewoners te helpen. Ondernemers zaten niet aan tafel van de wijkaanpak. Vreemd, want juist ook bij uitstek ondernemers hebben belang bij het verbeteren van de wijk. Kort door de bocht betekent dit minder overlast voor je winkel, meer omzet en minder werkloosheid, een hogere koopkracht etc. Maar ook ondernemers ontkwamen niet aan de pavlovreactie van gemeenten: Wijkeconomie en winkelstraten raakten in de picture, de hardnekkige problemen van sommige winkelstraten moesten worden aangepakt, maar hoe?

Op dezelfde manier als dat de problemen in de probleemwijken werden aangepakt, namelijk door het in het leven roepen van een nieuwe functie, het inzetten van een hulpverlener: 'Winkelstraatmanager', de welzijnswerker van de winkeliers uit een problematische winkelstraat?

Het klinkt misschien wat flauw, maar het is toch frappant. Dat juist de beroepsgroep die van nature vaak een broertje dood heeft aan overheidsbemoeienis, ondernemers, op dezelfde wijze worden geholpen als de probleemgroepen als overlastgevende hangjongeren, multiprobleemgezinnen, sociaal geïsoleerden, etc., in de wijken? 

Gelukkig gebeurt er veel goeds door winkelstraatmanagers. De organisatiegraad van veel winkelstraten is laag, in plaats van samen te werken, is er vaak veel onderlinge tegenwerking, concurrentie, haat en nijd. Maar als je je erin verdiept is winkelstraat-hulpverlening toch vaak een vorm van het pamperen van ondernemers, doorgaans door niet-ondernemers die niet uit de straat, wijk en zelfs meestal niet uit die stad komen. De winkelstraatmanager heeft geen commercieel belang bij het verbeteren van de straat en het ontbreekt aan een kostenprikkel bij de ondernemers: ze hoeven er niet voor te betalen. We weten allemaal waar goed bedoelde hulp zonder scherpe belangen toe kan leiden: pappen en nathouden met weinig vooruitgang dan standaardoplossingen kopiëren van elders, net zoals dit ook bij de wijkaanpak gebeurde (het “uitrollen” van succesvoorbeelden).

Lessons learned:
Samenvattend was de pavlovreactie van de overheid bij problemen, en ook bij problematische winkelstraten: U heeft een probleem, wij verlenen u hulp in de vorm van een professional en subsidies.  Enkele lessen die je hieruit kunt trekken zijn:

  • Stel de vraag: wie heeft of hebben het probleem?
  • Wie wordt het meest door dit probleem geraakt?
  • Zorg dat diegenen ook daadwerkelijk probleemeigenaar zijn, zowel in de inhoudelijke als in de personele als financiële zin:
  • De winkeliers moeten het probleem zelf articuleren, niet de professional op afstand, en gezamenlijk de verbeteringsdoelstellingen vaststellen en hardmaken. Hierbij is het van belang dat ook bewoners, klanten en andere stakeholders zoals de gemeente worden betrokken.
  • De winkeliers moeten hier ook wat voor over hebben: het moet hun wat kosten, zowel in materiële als immateriële zin.
  • Tegelijkertijd moet er winst te behalen zijn: het moet wat opleveren, liefst voor meerdere stakeholders.  
Duurzaamheid van de aanpak moet voorop staan, ook in de personele zin. In bijna iedere winkelstraat is er bijvoorbeeld wel een ervaren oudere ondernemer die zijn schaapjes bijna op het droge heeft en het zich kan permitteren om zich bijvoorbeeld een halve dag of een dag in de week met “zijn” straat te gaan bemoeien. Of een zelfstandige professional die in de straat woont en vanuit huis werkt. Het werkt veel beter en efficiënter met mensen die in de straat geborgd zijn, dan met mensen van buiten die alles nog moeten opbouwen. En wie loopt er harder voor zijn klus? Degene die zijn boodschappen doet in de winkelstraat en de boze en blije blikken van ondernemers en wijkbewoners iedere dag voelt en ziet, of degene die na het werken in zijn auto stapt en vertrekt? Uiteraard zijn er soms ook mindere kanten aan het werken met (betaalde) mensen/ondernemers uit de straat. Het is echter mijn ervaring dat veel van de huidige aanpakken van buitenaf nauwelijks zijn ingebed bij de ondernemers en de wijk en mede daarom weinig succesvol zijn en zouden omvallen zodra de geldkraan wordt stopgezet.

Als buurman van de Amsterdamsestraatweg herkende ik de hulpverlenings-pavlov. En zo het lijkt is er sinds alle aanpak helaas nog weinig zichtbare vooruitgang geboekt. De problematiek is hardnekkig. En ik weet het, de beste stuurlui staan aan wal....

Practice what you preach
In de volgende blog zal ik ingaan op “practice what you preach”. Hoe ik als persoon en Labyrinth in de praktijk probeert toe te passen op basis van de lessen die zij uit het veld leert.

Disclaimer
In dit blog breng ik veel zaken nogal stellig en gechargeerd. Ik heb respect voor professionals die werken in de wijken, ben kritisch op hoe de wijkaanpak georganiseerd was en de geldstromen die ermee gepaard gingen, maar positief over de inzet van individuen voor de wijk en positief over de gebiedsgerichte en integrale benaderingswijze die bij de wijkaanpak behoort. Ik wil niemand beledigen met dit blog. Wel wil ik mensen uitlokken om te reageren en over zaken die mij opvallen na te denken. Vragen die ik vanuit dit blog aan u als lezer stel zijn:

  • Herkent u de hulpverlenings-pavlovreactie?
  • Herkent u het werken met professionals van buitenaf in wijken en winkelstraten?
  • Welke oplossingen en kansen ziet u voor een betere aanpak?
  • Hoe vindt u dat ondernemers en bewoners het beste geholpen of gefaciliteerd willen  worden?
  • Welke leuke en of goede voorbeelden kent u?
  • En welke slechte?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen