maandag 10 maart 2014

In mijn vorige blog ging ik in op winkelstraatmanagement en wijkeconomie. Ik  beloofde om de volgende keer meer in te gaan op de praktijk.  Dit ga ik binnenkort ook doen. Deze keer wil ik het eerst over iets anders hebben, namelijk over het "Welzijnswerk Nieuwe Stijl", of, "Vernieuwend Welzijn".

‘Welzijn nieuwe stijl en hoe word ik minder subsidieafhankelijk?’

Ik werd gebeld door iemand die bezig is met een nieuw initiatief in een wijk in Rotterdam. Ze worstelen daar met de vraag hoe ze het heft meer in eigen hand kunnen nemen om zelf inkomsten te kunnen gaan genereren uit de wijk. Uiteraard ben ik gaarne bereid om daarover mee te denken, net zoals Labyrinth en ik dit bijvoorbeeld doen voor een speeltuin in Rivierenwijk, een modeatelier, de Wijkcooperatie Arikaanderwijk, Kanaleneiland en verschillende "MFA"s. Door het telefoontje moest ik weer denken aan het "Welzijn Nieuwe stijl" en de nieuwe aanbestedingen of zoals ze het in Utrecht noemen "uitvraag". In mijn gedachten kwamen meteen ook voorbeelden van hoe het niet moet vanuit de gedachte "Eigen kracht door en voor de Wijk". Laat ik daar eens mee beginnen:

De marketing en communicatie ("branding") van een wijk of buurt

In plaats van de branding het liefst te laten doen door het talent van de wijk en de vaak vele kleine gewortelde kleine bedrijven, creatieven en kunstenaars, wordt het uitbesteed aan een bureau van buiten de wijk. Dit terwijl er in de wijken zelf een groot aanbod van kundige professionals is dat zich zelfs al had en heeft georganiseerd. (Dit is letterlijk gebeurd in de Afrikaanderwijk in stadsdeel Feijenoord in Rotterdam en in Overvecht in Utrecht).

Waarom wordt de eigen wijk overgeslagen als er geld is om besteed te worden?

Het is gewoon zonde dat de kansen worden overgeslagen om juist zonder "subsidiegeld" de wijkeconomie en "eigen kracht" te stimuleren.

Waarom gebeurt dit?

In het antwoord ligt de parallel met de in mijn ogen toch wel erg op 'oude wijn in nieuwe zakken' lijkende façade van "Welzijn Nieuwe Stijl". Het heeft, zo heb ik gemerkt in gesprek met bestuurders, alles te maken met argumenten rondom beheersbaarheid en de angst om los te laten. Het is makkelijker om een bewezen extern bureau met goede schrijvers en een goed verhaal een klus te geven, dan aan "de wijk", die vaak minder gewend is om verantwoordingsrapportages te schrijven en een financiële administratie bij te houden en waar ambtenaren niet "nat op kunnen gaan". Bovendien: gaat het mis met het externe bureau, dan ben je er ook zo weer van af. Dat gaat wat lastiger met "de wijk", een "wijkcollectief", of "wijkcoöperatie".
Met de nieuwe aanbestedingen van Welzijn Nieuwe stijl, c.q. Vernieuwend Welzijn zie ik dat deze argumenten ook de boventoon voeren. In plaats van de geldstromen serieus te investeren in lokale initiatieven, zelforganisatie te ontwikkelen en op te bouwen, zie ik dat het toch weer de grote partijen zijn die de aanbestedingen hebben gewonnen. Zelf heb ik een lokaal bewoners/ondernemers initiatief geprobeerd te helpen bij de aanbesteding, zij hadden o.a. geen:

  • track record;
  • aantoonbare samenwerkingservaring in het collectief;
  • onvoldoende eigen vermogen;
  • en een te klein werkgebied, namelijk de wijk en niet het stadsdeel/perceel.

Zowel in Utrecht als in Rotterdam ben ik in gesprek gegaan met bestuurders. Men durft of durfde het niet aan om nieuwe, echte lokale initiatieven zoveel verantwoordelijkheid te geven. En om de aanbestedingsgebieden (percelen/kavels - het lijkt wel vee...) echt op maat van de bewoners te organiseren, vond men te weinig efficiënt, te ingewikkeld. In mijn visie spreken Vernieuwend Welzijn, echt werken van onderop vanuit de vraag enerzijds en het werken in grote percelen en met grote partijen anderzijds, elkaar tegen. Hier is sprake van,  zoals eerder gezegd: ‘Oude wijn in nieuwe zakken’. Er veranderen zaken, er zijn verbeteringen te zien, maar het gaat heel langzaam en heel erg op de ‘oude manier’. Hoe dit te veranderen? Oplossingsrichtingen moeten denk ik worden gezocht bij wijkcooperaties, zelforganisaties, bewonersbedrijven: de wijkeconomie centraal stellen. Kortom stof voor mijn volgende blog.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen